Vliegperiode volgt
Deze pagina wordt omgevormd
Geelschouderwespbij
Nomada ferruginata
Bijen met een bruinrood of roodachtig achterlijf en opvallende gele schouderbultjes.
Lengte: vr 8-10 mm; m 7-9 mm.
voornamelijk in het Zuidoostelijke deel van het land.
Koekoeksbij bij: Andrena praecox
Volledige tekst
Foto's
Vrouwtje
Plaat
Legenda bij kaartje
A Algemeen tot vrij algemeen per provincie of een groot gedeelte daarvan: meer dan 10 uurhokken verspreid
R Regionaal algemeen met 6-10 uur hokken
L Locaal of een kleine regio met 3-5 uur hokken
0 1-2 hokken. 0 symboliseert ook gebieden die misschien sterk onderbemonsterd zijn.
Het verspreidingskaartje is globaal. Het betreft waarnemingen na 1990. In hoofdzaak gebaseerd op het boek De Nederlandse bijen (Peeters et al., 2012)
De kaartjes zijn voorlopig; ze worden in de winter van 2015-2016 vervangen.
--
Vrouwtje: kop zwart, met rood gekleurde delen: onder meer de binnenoogrand tot boven aan toe;  antenne rood, bovenkant aan de basis verdonkerd, scapus helemaal zwart; kop en borststuk dun grijsbruin behaard; borststuk zwart, met onder meer  2 bruinrode vlekken op het scutellum (achterkant bovenzijde borststuk) en gele schouderbulten (bij vleugel impant);  achterlijf bruinrood, basis 1e  tergiet zwart;  2e tergiet met twee ronde, bleek gele zijvlekken, 3e en 4e soms  met twee kleine bleekgele zijvlekken; 5e  tergiet met een gele middenvlek; poten bruinrood; lengte .
Mannetje: kop zwart, met geel gekleurde delen: onder meer met een streep langs de binnenoogrand tot aan de antenne-inplant;  antenne vanaf het tweede lid van onderen rood; kop en borststuk lang bruingeel behaard;  clypeus en labrum aanliggend sneeuwwit behaard, zijkanten van borststuk afstaand sneeuwwit behaard; achterlijf rood; 1e  tergiet aan de basis zwart; 2e-4e tergiet met gele  zijvlekken; 5e en 6e tergiet  met gele banden; lengte 7-9 mm.
Vliegperiode: eind maart tot half mei ( begin maart tot eind mei).
Bloembezoek: volgens Westrich (1989) onder meer wilg, voorjaarsganzenbloem en klein hoefblad.
Voorkomen in Nederland: voornamelijk in het Zuidoostelijke deel van het land.
Koekoeksbijen: Andrena praecox
Samenvatting Peeters, T.M.J., Raemakers, I. P., Smit, Jan: Nomada ferruginata is erg variabel van kleur. Op het achterlijf kunnen gele vlekken aanwezig zijn, maar deze kunnen ook behoorlijk gereduceerd zijn, of zelfs ontbreken. De soort is in ons land tamelijk algemeen. Uit het westen van het land zijn geen recente gegevens bekend. Ook de gastheeris een algemene soort, die op wilgen vliegt. Nomada ferruginata wordt vaak aangetroffen op enigszins ruige terreintjes zoals spoordijken, bermen, uiterwaarden en over­ hoekjes. Deze wespbij heeft een tamelijk lange vliegtijd: van begin maart tot eind mei, waarbij het hoogtepunt in april ligt. Van de vangsten van juni en juli is controle gewenst. (Bron onderstaande link nederlandsesoorten)
 
Geelschouderwespbij - Nomada ferruginata (vr) Terug
 
 
 
Geelschouderwespbij - Nomada ferruginata (vr) (foto http://www.insects.fi/Hymenoptera/Apidae/Nomada) Terug
 
Geelschouderwespbij - Nomada ferruginata (vr) (foto wikipedia commons) Terug