Berijpte geurgroefbij
lasioglossum albipes
Lijkt op gewone geurgroefbij. Vrouwtje: tergieten met lichte achterranden die bij matig sterke vergroting doorschijnend zijn. De eerste tegieten meestal grijsblauw (melkachtig) berijpt. Mannetje: opvallend slank, met donkere antennen en een geel labrum (lip); bovenkant achterlijf met zwarte en rode patronen.
Lengte: 6-9 mm
Bloembezoek: vooral op gele composieten
Volledige tekst en foto's
 
 
--
Lijken veel op gewone geurgroefbij
Vrouwtje: tergieten met lichte achterranden die bij matig sterke vergroting doorschijnend zijn. De eerste tergieten meestal grijsblauw (melkachtig) berijpt; borststuk grijsbruin behaard.
Mannetje: opvallend slank, met donkere antennen; kaken, lip (labrum) en schouderlobben geel; bovenkant achterlijf met zwarte en rode patronen, maar kan ook volledig zwart zijn.
Vliegperiode: arpil - oktober.
Habitat: vooral bloemrijke grazige vegetaties op lichte minerale bodems (zand, zavel, leem).
Nesten: in de grond, op open plekken tussen de vegetatie
Bloembezoek: allerlei planten, vooral gele composieten. gewoon biggenkruid, groot streepzaad, jacobskruiskruid, muizenoor, vertakte leeuwentand; verder naar Westrich (1989) onder meer ook op gewoon duizendblad, madeliefje, gewoon knoopkruid, beemdkroon.
Voorkomen in Nederland: vrij algemeen.
  Terug
 
  Terug