Rietmaskerbij
Hylaeus pectoralis
Beide geslachten zijn goed herkenbaar aan het puntloze, gladde en sterk glanzende 1e tergiet.
Lengte: vr & m 6-8 mm.
Bloembezoek: allerlei planten.
Volledige tekst en foto's
 
 
 
 
 
 
 
 
 
--
Vrouwtje: mesopleuron (zijkant borststuk vrij grof gepuncteerd met grote en kleine punten; tarsi bezet met lange haren die aan de top haakvormig zijn gebogen; bovenkaak met 2 tanden; lengte 6-8 mm.
Mannetje: driehoek propodeum (achterkant borststuk) met grove dwarsrimpels; sternieten 2-5 met haarbandjes; ; lengte 5-8 mm
Vliegperiode: De soort vliegt van eind mei tot eind augustus. Collectiemateriaal van de maand mei en eerder heeft voor een groot deel betrekking op gekweekt materiaal.
Nesten: nestelt uitsluitend in oude rietgallen (rietsigaargallen) van de halmvlieg (Lipara).
Bloembezoek: o.m. waargenomen op distel braam, gewone engelwortel, tormentil, kattestaart en akkerdistel,
Voorkomen in Nederland: In Nederland wordt deze soort in de oostelijke helft van het land, voorbij de lijn Amersfoort-Eindhoven, vrij zelden waargenomen Is verzameld bij vennen en plassen (o.m. Oostvaardersplassen (1980) , in de duinen, in gestoorde heidevegetaties, in vochtige bermen, sloten en greppels en spoorbermen.
bij vrouwtje mesopleuron vrij grof gepuncteerd met gote en kleine punten
 
Rietmaskerbij - Hylaeus pectoralis Terug
 
 
 
Hylaeus pectoralis Terug
 
Hylaeus pectoralis op akkerdistel Terug
 
Hylaeus pectoralis Terug
 
 
Hylaeus pectoralis Terug
 
Hylaeus pectoralis Terug