Grote veldhommel
Bombus magnus
Vrijwel identiek met aardhommel. Als bij Grote aardhommel - Bombus magnus, als niet op de doorlopende gele band op het borst stuk wordt gelet is het verschil met andere aardhommels niet te zien
Lengte: kon. 19-22 mm; vr 11-17 mm; m 14-16 mm.
Lees meer
-Grafiek en kaartje naar T.M.J .Peeters et al.
Koningin en werkster: punt achterlijf geheel of grotendeels wit; borststuk vooraan met 1 gele band die tot onder de vleugelaanhechting (vleugelbasis) doorloopt; achterlijf op het 2 tergiet (voorste helft achterlijf) met 1 gele band; lengte kon. 19-22 mm; w 11-17 mm.
Mannetje: kop zonder gele haren; lengte 14-16 mm.
Vliegperiode: maart tot in oktober.
Nesten: in de grond
Bloembezoek
Vliegt voornameijk struikhei en dophei op droge tot natte heidevelden. Daarnaast aan de randen van deze velden onder meer op braam, blauwe bosbes, geoorde wilg gewone dophei, struikhei, valse salie, (M.Roos, 2012).
Voorkomen in Nederland: vrij zeldzaam.
Koekoeksbijen: niet bekend
Samenvatting Peeters, T.M.J., Raemakers, I. P., Smit, Jan: De soort is gemakkelijk te verwarren met andere soorten van de aardhommel-groep: Bombus cryptarum, B. magnus en B. terrestris. Bombus magnus werd in 1911 door Vogt beschreven als vorm van B. lucorum, en omstreeks 1950 als aparte soort erkent. De verspreiding van deze soort is nog onvoldoende bekend. Het verspreidingskaartje suggereert dat de soort vrij algemeen is in grote delen van het land. Ze wordt vanaf 1980 slechts lokaal aangetroffen. Nesten zijn in ons land nog niet gevonden. Ook zijn er nog geen koekoekshommels bekend. De soort begint pas eind april te vliegen, het geen een duidelijk verschil is met de andere soorten van de aardhommel-groep.
 
Grote veldhommel - Bombus magnus (foto Henk Wallays: http://tinyurl.com/7ptc4m9
 
Grote veldhommel - Bombus magnus
 
Grote veldhommel - Bombus magnus