Roetbijen- Panurgus
Roetbijen- Panurgus: Bijen met 2submarginale cellen in de voorvleugels: radiaal cel weinig versmald, top afgerond of recht afgesneden en raakt de vleugelrand niet
Zwarte, glanzende, weinig behaarde, vrij slanke, kleine tot middelgrote bijen (7-12 mm); kop relatief groot ten opzicht van het borststuk. De voorvleugels hebben 2, bijna even grote submarginale cellen; de radiaalcel is weinig versmald en aan het einde min of meer recht afgesneden (afgeknot), de top van deze cel raakt de vleugelrand niet. De achterranden van de tergieten iets naar beneden gedrukt (verdiept). Kaken spits en zonder tanden; antennen zijn relatief kort en zwak knotsvormig. Achterschenen bij vrouwtjes met lange dichte verzamelharen (scopa) en einde achterlijf (5e en 6e tergiet) duidelijk dichter behaard dan het gedeelte er voor.
In Nederland komen twee soorten roetbijen voor: grote roetbij - Panurgus banksianus en kleine roetbij - Panurgus calcaratus die soms in dezelfde bloem voorkomen(foto links). De mannetjes zijn goed te onderscheiden door de antenne. Bij de kleine roetbij is de onderkant (aan 1 kant) iets uitgestulpt en vaak roodbruin gekleurd (foto links boven)